Een sjaal die los in een la wordt gepropt, verdwijnt al snel onder andere kleding en raakt verstrengeld met de sjaals ernaast. Bij het pakken van een sjaal in de ochtend eindigt dat vaak in een geknoop van stof, waarbij dunnere stoffen als zijde of fijne wol als eerste kreuken en soms zelfs beschadigd raken door het trekken.
Een manier om dit te voorkomen is de sjaals op te rollen in plaats van ze plat op te vouwen. Een opgerolde sjaal neemt minder ruimte in en blijft beter in vorm dan een plat gevouwen exemplaar, dat bij het stapelen al snel scheve vouwen krijgt. Rollen werkt bovendien goed voor bijna elke stof, van dikke wol tot dunne zijde.
Ophangen als alternatief voor liggend bewaren
Voor wie liever niet rolt, is ophangen een goed alternatief. Een broekhanger met klemmen of een ring met meerdere haken houdt sjaals gescheiden van elkaar, zodat ze niet meer tegen elkaar aan schuiven en in elkaar verstrikt raken. Dit werkt vooral goed in een kast waar toch al wat hangruimte over is.
Sjaals van verschillende materialen kunnen het beste niet allemaal op dezelfde stapel terechtkomen. Een zware wollen sjaal die boven op een dunne zijden sjaal ligt, drukt die laatste al snel plat en kan zorgen voor kreuken die moeilijk weer weg te strijken zijn. Sorteren op materiaal of dikte houdt elke sjaal in zijn eigen, betere vorm.
Een vaste plek voor elke sjaal, of het nu een la, een haak of een mandje is, maakt het ook makkelijker om ze terug te vinden zonder alles overhoop te hoeven halen. Zo blijft de kast overzichtelijk en zijn de sjaals bij het weggaan meteen klaar voor gebruik, zonder dat er eerst kreuken uit gestreken hoeven te worden.
Wie veel sjaals bezit, doet er verstandig aan om ze per seizoen te scheiden en de dikkere exemplaren apart te bewaren van de dunnere zomersjaals. Zo wordt de la of kastplank niet overvol, en blijft er voor elke sjaal genoeg ruimte over om zijn vorm te behouden zonder onnodig gekreukt te raken tussen andere stukken.